Amerikaanse mediawaakhond Fair vindt bewijs dat Britse en Amerikaanse media Palestijnse stemmen in diskrediet brachten
Een rapport van de Amerikaanse mediawaakhond Fair stelt dat westerse grote mediakanalen de publieke opinie hebben voorbereid en gelegitimeerd voor het doden van Palestijnse journalisten tijdens Israëls oorlog in Gaza.
Volgens het rapport draaiden de meeste gevestigde media vooral om het Israëlische narratief, probeerden ze pro-Palestijnse bronnen te ondermijnen en plaatsten ze de moorden niet in de bredere context van genocide.
Fair onderzocht de berichtgeving rond de doelgerichte aanval op 10 augustus waarbij zes journalisten omkwamen, onder wie de bekende Al Jazeera-correspondent Anas al-Sharif, samen met Mohammed Qreiqeh, Mohammed Noufal, Ibrahim Zaher, Moamen Aliwa en Mohammed al-Khalidi.
De analyse besloeg 15 prominente media, waaronder The New York Times, BBC, CNN, Fox News, The Washington Post, The Wall Street Journal, Reuters en Associated Press. Vrijwel al deze media namen Israëlische beschuldigingen over dat Sharif een Hamas-lid zou zijn geweest, terwijl organisaties als het Committee to Protect Journalists (CPJ), de Foreign Press Association en de Verenigde Naties deze claim ongegrond verklaarden.
Opvallend was dat slechts negen van de vijftien media Sharifs laatste verklaring publiceerden, waarin hij waarschuwde dat Israël hem zou vermoorden en zijn stem zou willen laten verdwijnen. Grote titels als The New York Times, BBC, NBC en Fox News negeerden die boodschap en kozen er juist voor uitspraken van Israëlische regeringsfunctionarissen centraal te stellen.
Ook werd in de meeste artikelen niet vermeld dat Israël sinds oktober 2023 bijna 200 journalisten had gedood volgens CPJ, of zelfs 273 volgens Al Jazeera. Slechts vier media brachten dit aantal in beeld: ABC, CNN, Politico en The Wall Street Journal.
Daarnaast negeerden alle onderzochte artikelen het feit dat de Israëlische premier Benjamin Netanyahu door het Internationaal Strafhof is aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden en dat er een arrestatiebevel tegen hem loopt.
Delegitimeren van Palestijnse bronnen
Fair bekritiseerde ook het gebruik van “onnodige kwalificaties” die Palestijnse bronnen in twijfel trekken. Zo spreekt de BBC van een “door Hamas geleide gezondheidsautoriteit” in plaats van het Gaza Health Ministry, terwijl medische experts stellen dat de officiële cijfers eerder een onderrapportage zijn. Westerse media benadrukken bovendien vaak dat Palestijnse cijfers geen onderscheid maken tussen strijders en burgers, terwijl dit onderscheid ook bij Israëlische cijfers ontbreekt.
Daarnaast werden Palestijnse media zoals Al Jazeera vaak weggezet als minder betrouwbaar vanwege hun financiering door Qatar. The Wall Street Journal en The New York Times namen daarbij Israëlische beschuldigingen over dat Al Jazeera banden met Hamas zou hebben, in plaats van te erkennen dat de zender systematisch wordt geviseerd vanwege zijn kritische verslaggeving.
Zelfs over de hongersnood in Gaza schreven de meeste westerse media terughoudend: alleen de Financial Times sprak in eigen woorden over “hongersnood”, terwijl anderen zoals Reuters en The Wall Street Journal het verzachtten tot een “humanitaire crisis”.
Volgens Fair presenteren veel media de oorlog bovendien alsof die begon met de Hamas-aanval van 7 oktober, zonder uit te leggen dat Israëlische schendingen en geweld al decennialang aan die realiteit voorafgingen.
Fair stelt dat er structurele hervormingen nodig zijn: het opbreken van grote mediaconglomeraten, het opbouwen van onafhankelijke publieke omroepen en het versterken van non-profit nieuwsorganisaties.
Het rapport verscheen enkele dagen voordat Israël opnieuw zes Palestijnse journalisten doodde, onder wie Mohamed Salama en Ahmed Abu Aziz (beiden werkten ook voor Middle East Eye en Al Jazeera), Reuters-fotograaf Hussam al-Masri, en onderzoeksjournalist Hassan Douhan.
foto:(shutterstock)
