Nederlandse regering wijzigt beleid na Turkse steun voor Zweedse aanvraag NAVO-lidmaatschap, waarbij Saoedi-Arabië en de VAE ook profiteren.
Nederland heeft de wapenbeperkingen opgeheven die sinds 2019 gelden voor Turkije, nadat Ankara de toetreding van Zweden tot de Navo heeft gesteund.
In een brief aan het Nederlandse parlement vorige week, zei de regering dat het zijn langdurige nationale “vermoeden van ontkenning beleid” afschafte om het kader voor wapenexportbeperkingen te hervormen.
Het “beleid van vermoeden van weigering”, dat momenteel van toepassing is op Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, komt met onmiddellijke ingang te vervallen”, aldus de regering in Den Haag.
Net als andere Europese landen legde Nederland Turkije wapenrestricties op na de inval in Syrië in 2019.
In 2021 verlichtte de Nederlandse regering dit beleid gedeeltelijk door te zeggen dat wapenexportvergunningen alleen zouden worden afgegeven als Turkije onomstotelijk kon aantonen dat de wapens niet zouden worden gebruikt in het noordoosten van Syrië.
Nederland paste zijn “presumptie van ontkenningsbeleid” ook toe op de VAE en Saoedi-Arabië, nadat zij zich in de oorlog in Jemen hadden gemengd.
Bronnen in Ankara vertelden Middle East Eye dat het Nederlandse standpunt verschoof na het besluit van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan om de aanvraag van Zweden voor het NAVO-lidmaatschap vorige week ter ratificatie aan het Turkse parlement voor te leggen.
Erdogan had de aanvraag van Stockholm om lid te worden van de Atlantische alliantie tegengehouden over wat de Turkse regering beschreef als bezorgdheid met betrekking tot terrorismebestrijding en wapenembargo’s. Zweden is de thuisbasis van een aantal prominente Koerdische ballingen die door Ankara als terroristen worden beschouwd.
Deals en achterpoortjes
In haar brief zei de Nederlandse regering dat haar belangrijkste motivatie voor het schrappen van het wapenbeleid het leggen van de juridische basis was om Nederland deel te laten uitmaken van het Frans-Duitse grensverleggende controleverdrag over defensie-export uit 2019, dat een gemeenschappelijk kader schept om wapenexportkwesties naar derde landen beter aan te pakken.
Onder deze overeenkomst heeft Frankrijk samen met Duitsland geproduceerde wapens kunnen exporteren naar landen als Saoedi-Arabië, die door Duitsland waren gesanctioneerd. Deze deals zijn niet geblokkeerd door Berlijn, zolang de Duitse bijdrage lager is dan 20 procent.
“Het vermoeden van ontkenning [beleid] kan ertoe leiden dat transacties die niet duidelijk aan Syrië en Jemen gekoppeld kunnen worden, maar wel aan een legitieme veiligheidsbehoefte voldoen, ook afgewezen moeten worden”, aldus de Nederlandse regering. “Voortzetting van dit beleid zou kunnen leiden tot een onwenselijke situatie waarin Nederland dergelijke transacties op grond van het verdrag zou moeten blokkeren.”
Uit een rapport van de Nederlandse regering uit 2018 blijkt dat het de verkoop aan Turkije al voor het wapenembargo blokkeerde op grond van het Gemeenschappelijk Standpunt van de EU, dat EU-lidstaten verplicht een exportvergunning te weigeren als er een “duidelijk risico” bestaat dat de wapens en goederen “gebruikt kunnen worden” om ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht te plegen.
Tot de geblokkeerde artikelen behoorden onderdelen voor militaire gevechtshelikopters, onbrandbare lichtpanelen en akoestische sensoren voor het detecteren en lokaliseren van geweervuur.
“Ondanks de afschaffing van het nationale beleid zal Nederland het belang van Nederlandse goederen die niet worden gebruikt in conflicten in Noord-Syrië of Jemen nauwlettend blijven volgen en dit op alle niveaus, ook politiek, onder de aandacht brengen van de andere verdragspartijen”, aldus de Nederlandse regering in haar brief.
“Deze praktijk is vergelijkbaar met de Duitse. In extreme gevallen is Nederland bereid bezwaar te maken tegen ongewenste transacties via de ‘noodremprocedure’, die niet zonder consensus kan worden opgeheven.”
Nederland exporteerde vroeger vooral onderdelen voor tanks en pantservoertuigen, maar ook technologie en onderdelen voor gevechtsvliegtuigen en aanvalshelikopters, naar Turkije, zei anti-oorlogsgroep Stop Wapenhandel in een rapport uit 2017.